Werkgevers die gebruik hebben gemaakt van de eerste tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW 1.0) kunnen vanaf woensdag 7 oktober bij UWV een aanvraag indienen voor de definitieve subsidievaststelling. Op basis van het feitelijke omzetverlies en de loonsom over maart, april en mei stelt UWV vervolgens vast hoe hoog de definitieve tegemoetkoming is waar de werkgever recht op heeft. Dat kan leiden tot een nabetaling of een terugvordering. Het vaststellingsproces is een stuk ingewikkelder dan het verstrekken van de voorschotten en zal daardoor meer tijd kosten.

De regeling NOW 1.0 is opgezet om zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden tijdens de eerste maanden van de coronacrisis. Werkgevers met minimaal 20 procent omzetverlies over een periode van drie maanden, komen in aanmerking voor een tegemoetkoming in de loonkosten voor de maanden maart tot en met mei, op voorwaarde dat ze hun personeel gewoon doorbetalen. Werkgevers konden tussen 6 april tot en met 5 juni bij UWV een aanvraag indienen voor een voorschot voor NOW 1.0. Zo’n 140.000 werkgevers kregen een voorschot toegekend en uitbetaald door UWV. In totaal ging het daarbij om een bedrag van bijna 8 miljard euro.

UWV wil werkgevers zo goed mogelijk helpen bij aanvraag

‘Bij het verstrekken van de voorschotten was alles gericht op een snelle betaling aan werkgevers om zo werkgelegenheid te behouden. Dat kon omdat het proces relatief eenvoudig was. Bij de bepaling van het voorschot gingen we uit van de loonsom in januari en het door de werkgever zelf opgegeven verwachte omzetverlies’, zegt UWV-bestuurder Janet Helder. ‘Nu is het tijd om de definitieve tegemoetkoming te bepalen waar werkgevers recht op hebben. Daarvoor kijken we naar de daadwerkelijke omzetdaling en de loonsom over de subsidiemaanden maart, april en mei. Daar komt het definitieve subsidiebedrag uit, wat kan leiden tot een nabetaling of een terugvordering. Het controle- en berekenproces is hierbij een stuk ingewikkelder dan bij de verstrekking van de voorschotten, dus dat zal meer tijd vragen.’

Belangrijke verantwoordelijkheid bij werkgevers

Werkgevers hebben een belangrijke verantwoordelijkheid in het vaststellingsproces. Ze moeten zelf de aanvraag indienen voor de definitieve subsidievaststelling – wie dat niet doet, moet het volledige voorschot terugbetalen – en ze moeten een opgave doen van hun daadwerkelijke omzetverlies over drie maanden. Boven een voorschotbedrag van 20.000 euro of een definitief subsidiebedrag van 25.000 euro geldt bovendien dat een verklaring van een ‘deskundige derde’, zoals een boekhouder of een administratiekantoor, nodig is. Boven een voorschotbedrag van 100.000 euro of een definitief subsidiebedrag van 125.000 euro is een accountantsverklaring verplicht. Als er sprake is van een concern met meerdere aanvragen, geeft het totaalbedrag uitsluitsel over welke verklaring nodig is. Helder: ‘Deze deskundige derden en accountants hebben een belangrijke taak bij het controleren van de juistheid van de omzetcijfers.’

Werkgevers kunnen al inschatting maken van eindafrekening

Mogelijk krijgt een flink deel van de werkgevers te maken met een terugvordering, omdat hun omzetverlies uiteindelijk minder is dan opgegeven bij de voorschotbepaling, of omdat hun loonsom is gedaald. Op www.simulatienow.nl staat een simulatietool waarmee werkgevers kunnen inschatten hoe hoog het definitieve subsidiebedrag wordt en welk bedrag ze uiteindelijk moeten terugbetalen of als nabetaling ontvangen.

Alle informatie over de aanvraag van de definitieve subsidievaststelling is te vinden op de website van UWV.